Terug naar vorige pagina 

Algemeen Dagblad, 3 juli 2007
Bron: Algemeen Dagblad

Forse kritiek op politie en justitie bij proces vermoorde Armeense journalist
Door Marc Guillet

ISTANBUL - Het proces tegen de verdachten van de moord op de Turks-Armeense journalist Hrant Dink is gisteren begonnen met forse kritiek op politie en justitie.

Een van de advocaten van de familie van Dink beweert dat tijdens het vooronderzoek bewijsmateriaal was vernietigd. Bovendien komt de organisatiestructuur waarvan de moordenaar deel uitmaakte niet in beeld, omdat het strafrechtelijk vooronderzoek alleen plaatsvond in de woonplaats van de moordenaar.

Advocate Fethiye Cetin noemde het een schande dat bepaalde agenten van de veiligheidsdiensten niet terecht hoeven te staan. "Zij hadden banden met de verdachten, verzaakten hun plicht, verborgen bewijsmateriaal en probeerden de moord en de moordenaar zelfs te rechtvaardigen." Het proces vindt plaats achter gesloten deuren omdat de hoofdverdachte, Ogün Samast, nog minderjarig was toen hij Hrant Dink op 19 januari op klaarlichte dag in Istanbul van dichtbij doodschoot.

Dink (53) was de hoofdredacteur van Agos, het Turks-Armeense weekblad waarin hij hartstochtelijk pleitte voor een dialoog tussen Turken en Armeniërs. Hij noemde de massamoorden op honderdduizenden ongewapende Armeense mannen, vrouwen en in kinderen in 1915 door Turken en Koerden "volkenmoord".

Dat is een uiterst beladen term in het hedendaagse Turkije. Men erkent dat er onder Armeniërs door toendoen van Turken veel doden vielen, maar dat zeker evenveel Turken de dood vonden. Bovendien werden de doden het slachtoffer van de oorlogsomstandigheden en niet van een vooropgezet plan om de Armeniërs uit te roeien.

Hrant Dink was de 38ste journalist die tussen 1990 en 2007 in Turkije slachtoffer werd van een moordenaar. Zijn dood werd door veel journalisten gezien als een aanslag op de vrijheid van meningsuiting. Veel journalisten en schrijvers hebben sinds de dood van Dink lijfwachten en rijden in gepantserde auto's.

Zij krijgen nog steeds doodsbedreigingen van Turkse nationalisten, omdat zij ondanks alle intimidatie en aanslagen de moed hebben om kritiek te uiten op de Turkse staat.