Armenische gruwelen – verklaring van Lord Bryce

ARMENISCHE GRUWELEN
HET VERMOORDEN VAN EEN VOLK

door
ARNOLD J. TOYNBEE
“Fellow” van “Balliol College,”
Oxford


MET EENE REDE UITGESPROKEN DOOR
LORD BRYCE
IN HET HOOGERHUIS

HODDER & STOUGHTON,
St. Paul's House, Warwick Square, London, E.C.
EDINBURGH,  NEW YORK,  TORONTO


titelpagina

INHOUD

BLADZIJDE


I.—
II.—
III.—
IV.—
V.—
VI.—
VII.—
VIII.—

 VERKLARING VAN LORD BRYCE
 ARMENIE VOOR DE MOORDEN
 HET PLAN DER MOORDEN
 OP WEG NAAR DEN DOOD
 HET EINDE VAN DEN TOCHT
 ONGEGRONDE VERONTSCHULDIGINGEN
 ONBEWIMPELDE MOORD
 DE TOL AAN DEN DOOD BETAALD
 DE HOUDING VAN DUITSCHLAND
 AANHANGSEL

9
23
34
52
74
95
115
136
151
166


pagina 7

DE ARMENISCHE MOORDEN

Door LORD BRYCE*

Daar de Britsche Regeering natuurlijk niet in staat is geweest, behoudens van slechts een of twee zijden, zooals bij voorbeeld van den Consul te Batoem, als aangehaald door Lord Crewe, officiëele inlichtingen te verkrijgen aangaande het voorgevallene in Armenië en Aziatisch Turkije, acht ik het gewenscht eenige verdere bijzonderheden openbaar te maken, welke mij uit verschillende bronnen hebben bereikt, – bronnen, waarin ik vertrouwen stel, ofschoon ik, zooals van zelf spreekt, mijne berichtgevers niet aan gevaar kan blootstellen door ze hier te verrmelden. De berichten komen van verschillende zijden, doch stemmen in de voornaamste punten overeen, ja bevestigen elkander. De tijd is voorbij, waarop door openbaarmaking eenig kwaad zou kunnen worden gesticht, en

* De hier afgedrukte lezing geeft weer het officieel verslag der rede, door Lord Bryce in het Hoogerhuis op 6 October 1915 gehouden, zooals zij door Lord Bryce zelf is herzien en aangevuld.

pagina 9

hoe meer openbaarheid wordt gegeven aan de dingen, die geschied zijn, hoe beter, daar dit de eenig mogelijke kans geeft, dat die moordtooneelen wellicht kunnen worden gestuit, als zij ten minste nog niet in hun geheel zijn afgespeeld.

Het doet mij leed te moeten zeggen, dat de berichten, die mij van vele zijden hebben bereikt, aantoonen, dat het aantal dergenen, die omgekomen zijn op de verschillende wijzen, die ik hieronder zal vermelden, zeer groot is. Dat aantal is geschat op 800.000. Of schoon ik hoop, dat dit cijfer veel hooger is dan de werkelijkheid, mis ik ten eenenmale den moed te verklaren, dat het ongeloofbaar zou zijn, want eene ongeëvenaarde vernietiging van menschenlevens heeft plaats gehad over de geheele landstreek van de Perzische grenzen tot de Zee van Marmora, terwijl slechts luttele steden aan de Egeïsche kust tot nog toe daaraan ontkomen zijn. Dit is zoo, omdat de gevolgde gedragslijn zoo zorgvuldig van te voren is overdacht en zoo stelselmatig in uitvoering is gebracht, met eene bij de Turken vroeger niet bekende meedoogenlooze grondigheid. De moorden zijn de uitkomst van een plan dat, voor zoover kan worden nagegaan, reeds geruimen tijd geleden

pagina 10

is ontworpen door de bende van gewetenlooze avonturiers die thans de Regeering van het Turksche Rijk in handen heeft. Zij aarzelden, dat plan in praktijk te brengen, totdat zij meenden, dat het gunstige tijdstip gekomen was, en dat oogenblik schijnt ongeveer in de maand April 1915 te zijn aangebroken. Dat was de tijd, waarop die bevelen werden uitgevaardigd, bevelen die zonder uitzondering van uit Konnstantinopel kwamen, en welke de ambtenaren zich verplicht zagen, op poene van ontslag, uit te voeren.

Er bestond bij de Muzelmannen geen haat teegen de Armenische Christenen. Alles geschiedde in gevolge den wil der Regeering; niet uit eenig godsdienstig fanatisme, doch eenvoudig wijl de Regeering, om redenen van zuiver staatkundigen aard, zich wenschte te ontdoen van een niet-Muzelmansch element, dat de homogeniteit des Rijks verstoorde en zich bovendien wellicht niet altijd aan onderdrukking zou onderwerpen. Al wat ik vernomen heb bevestigt hetgeen reeds elders is gezegd, namelijk, dat er geen grond is om aan te nemen, dat het fanatisme der Muzelmannen hier op eenigerlei wijze een rol speelde. Ofschoon natuurlijk de minderwaardige elementen, de gelegenheid tot plunderen door

pagina 11

doodslag en deportatie geboden, hebben verwelkomd en zich ten nutte gemaakt, zijn deze moorden, voor zoover kan worden nagegaan, door de betere soort geloovige Muzelmannen eer met afgrijzen dan met instemming beschouwd geworden. Het zou te veel zijn te zeggen, dat zij dikwijls hebben getracht tusschenbeide te treden, maar in elk geval schijnen zij geen instemming te hebben betuigd met de gedragslijn der Turksche Regeering.

De voorschriften van den Islam bevatten niets, dat de slachtingen, welke hebben plaats gevonden, zou rechtvaardigen. Van gezag hebbende zijde verneem ik, dat hooge Muzelmansche autoriteiten de moorden, door Abdul Hamid bevolen, veroordeelden, en de hier bedoelde zijn veel gruwelijker. In sommige gevallen weigerden Gouverneurs, vrome en humane menschen zijnde, de hun gegeven bevelen uit te voeren, en trachtten zij aan de ongelukkige Armeniërs zooveel bescherming te geven als maar in hunne macht stond te verleenen. In twee gevallen heb ik gehoord van Gouverneurs, die op staanden voet werden ontslagen, wijl zij weigerden de bevelen uit te voeren. Meer plooibare of inschikkelijke

pagina 12

mannen werden in hunne plaats aangesteld, en de moorden werden ten uitvoer gebracht.

Zooals gezegd, was de wijze van uitvoering buitengewoon stelselmatig. De geheele Armenische bevolking van iedere stad of ieder dorp werd naar buiten gedreven door middel van huiszoeking in elke woning. Iedere bewoner werd de straat op gejaagd. Sommige der mannen werden in de gevangenis geworpen, waar zij ter dood – soms ter marteldood – werden gebracht, de overige mannen met de vrouwen en kinderen werden de stad uit geleid. Op zekeren afstand der stad gekomen, werden zij gescheiden; de mannen werden naar de een of andere plaats in de bergen gebracht, waar de soldaten of de stammen der Koerden, die opgeroepen waren om bij het moordwerk behulpzaam te zijn, hen doodschoten of met de bajonet afmaakten. De vrouwen en kinderen en de mannen op leeftijd werden onder geleide van de minste soort soldaten, – waarvan vele zoo juist uit de gevangenis kwamen, – naar hunne afgelegen bestemming vervoerd, die somtijds een der ongezondste gedeelten in het centrum van Klein-Azië was, maar meestal de groote woestijn in het district Der el Zor, welke ten Oosten van Aleppo ligt, in de richting van

pagina 13

den Eufraat. Dagen achtereen werden zij door de soldaten voortgedreven, steeds te voet, geslagen, of achtergelaten, om te bezwijken, als zij de karavaan niet konden bijhouden; velen vielen langs den weg neer en stierven van honger. Leeftocht werd door de Turksche Regeering niet verstrekt, en van al wat zij bezaten waren zij reeds broofd. Vele der vrouwen werden naakt uitgekleed en gedwongen aldus in de brandende zon voort te trekken. Sommige moeders werden krankzinnig en wierpen hare kinderen weg, daar zij niet bij machte waren ze verder te dragen. De karavaanweg was als het ware gemarkeerd door eene lijn van lijken, en betrekkelijk weinigen schijnen de hun aangewezen bestemmingen te hebben bereikt, bestemmingen die zonder twijfel gekozen waren omdat terugkeer onmogelijk was en er weinig vooruitzicht bestond, dat er zouden zijn, die hun lijden zouden overleven. Aangaande deze deportaties heb ik uitvoerige berichten ontvangen, welke een innerlijk kenmerk van waarheid dragen, terwijl een Amerikaansch vriend, onlangs van Konstantinopel terug gekomen, mij zeide dat hij te Konstantinopel verhalen had gehoord geheel overeenstemmende met die, welke mij ter oore

pagina 14

waren gekomen, en dat hij het meest getroffen was geweest door de betrekkelijke kalmte, waarmede die gruwelen in bijzonderheden werden beschreven door degenen, die er uit de eerste hand kennis van droegen. Dingen, die wij nauwelijks voor geloofwaardig kunnen houden, wekken in Turkije weinig verwonderring. Moord en doodslag waren aan de orde van den dag in Roemelië in 1876 en in Aziatisch Turkije in 1895-96.

Toen de Armenische bevolking uit hare woningen verdreven werd, werden vele der vrouwen niet gedood, wijl haar een meer vernederend lot beschoren was. Meestal maakten Turksche officieren en ambtenaren zich van hen meester en verwezen hen naar hunne harems. Andere werden op de markt verkocht, doch alleen aan een Muzelman-kooper, want zij moesten gedwongen worden Mohamedaan te worden. Nooit zouden zij ouders of echtgenooten weerzien, deze Christen vrouwen, als met één pennnestreek tot slavernij, schande en geloofsafval veroordeeld. De jongens en meisjes werden eveneens op groote schaal als slaven verkocht, tegen prijzen van slechts zes of zeven gulden, terwijl andere knaapjes van tengeren leeftijd aan de Derwischen werden overgegeven

pagina 15

om naar een soort van Derwischen-klooster te worden gebracht, waar zij worden gedwongen Muzelman te worden.

Om slechts één voorbeeld te geven van de grondige en meedoogenlooze wijze, waarop de moorden ten uitvoer werden gebracht, moge worden volstaan met eene verwijzing naar het geval van Trebizonde, een geval, voor de waarheid waarvan wordt ingestaan door den Italiaanschen Consul, die tegenwoordig was toen de moordtooneelen werden afgespeeld, daar Italië toen aan Turkije nog niet den oorlog had verklaard. Uit Konstantinopel kwamen bevelen, dat al de Armenische Christenen in Trebizonde gedood moesten worden. Vele der Muzelmannen trachtten hunne Christen buren te redden en boden hun schuilplaatsen aan in hunne huizen, maar de Turksche autoriteiten waren onverbiddelijk. Gehoorzaamende aan de ontvangen bevelen, spoorden zij al de Christenen op, verzamelden hen, en dreven een groote menigte van hen door de straten van Trebizonde, voorbij de vesting, naar de zeekust. Daar werden zij allen op zeilbooten ingescheept, een eind de Zwarte Zee op gevoerd, en toen overboord geworpen, zoodat zij verdronken.

pagina 16

Bijna de geheele Armenische bevolking, van 8.000 tot 10.000 zielen, werd uitgeroeid, sommigen op deze wijze, anderen door doodslag, en weer anderen door deportatie om elders hun dood te vinden. Na zoo iets wordt ieder ander verhaal geloofwaardig; en het doet mij leed te moeten zeggen, dat alle mij ter oore gekomen verhalen dergelijke gruwelijke elementen bevatten, in sommige gevallen nog vreeselijker door verhalen van afschuwelijke folteringen. Maar de gevallen, die het meest ons meewaren verdienen, zijn niet die van hen, aan wier ellende door een spoedigen dood ten minste een einde kwam, het zijn de gevallen van die rampzalige vrouwen, die, nadat hare echtgenooten gedood en hare dochters verkracht waren, met hare jonge kinderen werden uitgedreven om in de woestijn om te komen, waar zij geen voedsel konden vinden en de slachtoffers werden van de haar omringende wilde Arabische stammen. Het schijnt dat drie vierde of vier vijfde der geheele natie om zoo te zeggen is weggevaagd, en nergens in de geheele wereldgeschiedenis – in elk geval niet sinds de tijden van Tamerlane, vindt men een zoo afschuwelijke, en op zoo groote schaal gepleegde, misdaad vermeld.

pagina 17

Het zij mij vergund hieraan toe te voegen, omdat dit van eenig belang is met het oog op de verontschuldigingen die, naar het schijnt, de Duitsche Regeering aanvoert voor het gedrag van hen die hare Bondgenooten zijn – en die haar Gezant te Washington gezegd wordt in woorden te hebben gebracht toen hij sprak over "onderdrukking van opstootjes " – dat er geen grond is voor de bewering als zouden de Armeniërs in opstand zijn geweest. Een zeker aantal Armenische vrijwilligers hebben aan de zijde der Russen in het Kaukazische Leger gestreden, maar zij kwamen – naar mijne berichten luiden – uit de Armenische bevolking van Trans-Kaukazië. Het is mogelijk, dat enkele Armeniërs de grens hebben overschreden om naast hunne Armenische broeders in Trans-Kaukazië voor Rusland te vechten, maar in elk geval was het vrijwilligerskorps, dat aan het Russische leger in het eerste gedeelte van den oorlog zulke schitterende diensten bewees, samengesteld uit Russische Armeniërs, die in den Kaukazus woonden. Overal waar de Armeniërs, bijna geheel ongewapend als zij waren, hebben gevochten, streden zij uit zelfverdediging, om hunne gezinnen en zich zelf te beschermen tegen de wreedheid der woestelingen, die uitmaken wat

pagina 18

de Regeering des lands wordt geheeten. Er is dus geen enkele verontschuldiging die, zooals sommige Duitsche Autoriteiten en Nieuwsbladen doen voorkomen, voor het gedrag der Turksche Regeering op zulken grond aangevoerd kan worden. Hare politiek van doodslag en deportatie was voorbedacht, en is op geenerlij wijze uitgelokt geworden. Zij schijnt eenvoudig het voorschrift in praktijk te hebben gebracht, eens door Sultan Abdul Hamid uitgesproken: "Het middel om van de Armenische kwestie af te komen is, zich van de Armeniërs te ontdoen," en de uitroeiingspolitiek is ten uitvoer gebracht op veel meer afdoende wijze en met veel bloedddorstiger volledigheid door de tegenwoordiige Hoofden van het Turksche Bewind – zij omschrijven zich als het Comité van Vereeniging en Vooruitgang – dan in den tijd van Abdul Hamid het geval was.

Er zijn nog, geloof ik, enkele plaatsen, waar de Armeniërs, in de berglanden gedreven, zich, zoo goed en kwaad zij kunnen, verdedigen. Ongeveer 5.000 werden onlangs door Fransche kruisers van de Syrische kust afgehaald en zijn nu naar Egypte vervoerd, en zij verhalen ons dat op de hoogten van Sassoen en in Noord-Syrië,

pagina 19

misschien ook op de bergen van Cilicië, nog enkele groepen zijn, met zeer beperkten voorraad van wapenen en ammunitie, die zich, zoo goed als zij kunnen, dapper tegen hunne vijanden verdedigen. Het geheele volk is derhalve nog niet uitgeroeid, ten minste voor zoo ver deze vluchtelingen op de bergen betreft, en degenen, die naar Trans-Kaukazië hebben kunnen ontsnappen; en ik ben overtuigd, dat wij het allen van ganscher harte eens zijn, dat alle pogingen behooren te worden aangewend, die gedaan kunnen worden, om hulp te zenden aan die ongelukkige overlevenden, van wie honderden dagelijks bezwijken door gebrek of ziekte. Het is alles wat wij in Engeland thans kunnen doen; laten wij het dan ook doen, en wel spoedig.

Ik ben tot nog toe niet in staat geweest authentieke inlichtingen te verkrijgen omtrent het aandeel dat door Duitsche ambtenaren genomen zou zijn in de leiding van, of aanmoediging tot deze moorden, en het zoude derhalve niet gepast zijn eenige meening te dien aanzien uit te spreken. Doch het is volkomen duidelijk, dat de eenige kans om het rampzalig overschot van dit oude Christenvolk te redden, te vinden is in

pagina 20

de uitspraak van de openbare meening der geheele wereld, inzonderheid der neutrale landen, welke mogelijkerwijze eenigen invloed zou kunnen hebben zelfs op de Duitsche Regeering, en er haar toe brengen den eenigen stap te nemen, waardoor aan die moorden een einde zou kunnen worden gemaakt. Tot nog toe heeft zij die met harde onverschilligheid aangezien. Dat zij thans de Turksche Regeeering erop wijze, dat deze zich zelve eene welverdiende weerwraak voorbereidt en dat er dingen zijn, welke de diep geschokte meening der wereld niet wil gedoogen.

BRYCE

pagina 21

DE BEWIJZEN

De volgende verklaring is gegrond op onaantastbare getuigenissen. Daar zijn de verhalen van zendelingen
– Duitschers zoowel als Zwitsers, Amerikanen en andere burgers van neutrale landen. Daar zijn rapporten van Consuls ter plaatse, met inbegrip alweder van de vertegenwoordigers van het Duitsche Rijk. Daar zijn tal van particuliere brieven, en brieven, openbaar gemaakt in de gealliëerde en de neutrale pers, die verslag geven van de verklaringen van ooggetuigen omtrent hetgeen zij gezien hebben. En daar zijn de reeksen van persoonlijke onder eede afgelegde verklaringen, die reeds gepubliceerd zijn door een Comité van notabele burgers der Vereenigde Staten. Hoe zorgvuldiger die van elkaar onafhankelijke bewijsstukken worden onderzocht, des te nauwkeuriger blijken zij met elkander overeen te stemmen en elkander te bevestigen, soms zelfs tot in de kleinste bijzonderheden. De feiten, welke zij bevatten, worden hier medegedeeld in volle overtuiging van hunne waarheid. Het is natuurlijk niet mogelijk de bewijsbronnen te noemen, die niet reeds door den druk bekend zijn gemaakt, daar dit die berichtgevers, welke zich op Turksch gebied bevinden, in groot gevaar zou brengen.


pagina 22

Colofon