Armenische gruwelen – hoofdstuk 7: de tol aan den dood betaald

VII – DE TOL AAN DEN DOOD BETAALD

Een kwart miljoen der Armeniërs in Turkije zijn ontkomen. Maar hoe veel zijn er gedood? De Jong-Turken en de verdedigers hunner gedragslijn in Duitschland en elders zullen waarschijnlijk op die vraag den nadruk leggen, want dat is de eenige lijn, die zij voor hunne verontschuldiging zouden kunnen volgen. Tegenover de bewijzen waarvan wij er enkele in deze bladzijden gegeven hebben, zullen zij wel niet geheel durven te ontkennen, dat het misdrijf gepleegd is. Maar zij zullen aanvoeren, dat het alleen bij uitzondering en op betrekkelijk kleine schaal is geschied.

Dat zou echter een even schandelijke leugen zijn, als wanneer zij beproefden het blootweg te ontkennen. Statistische gegevens zijn natuurlijk zeer moeilijk te verkrijgen, want een misdadiger schrikt reeds wanneer men hem oplettend gadeslaat, en met het oog op den misdadigen aard der Turken, hebben de getuigen hunne waarnemingen moeten doen op bescheiden wijze, ten einde den moordenaars geen aanduiding te geven, dat van hunne daden

pagina 136

notitie werd genomen. En toch spreken de weinige cijfers boekdeelen.

Wij weten bijvoorbeeld, dat de ploegen gedeporteerde Armeniërs gemiddeld bestonden uit van twee tot vijf duizend personen – dit hebben wij van vele ooggetuigen, die hen zagen voorbijgaan. En vele steden leverden meer dan ééne ploeg – een getuige, aangehaald in het Rapport der Amerikaansche Commissie, verhaalt ons bij voorbeeld dat het derde konvooi uit een zekere stad verzonden, tusschen 4.000 en 5.000 personen bevatte. Als wij bedenken, dat er meer dan 50 steden en dorpen zijn, aan ons bij name bekend, waaruit de Armenische inwoners op die wijze zijn weggevoerd, kunnen wij eene algemeene schatting maken van het totaal, dat over de geheele lengte en breedte van Anatolië, Cilicië, en eigenlijk Armenië tot deportatie veroordeeld is geworden.

Hier zijn eenige cijfers, op 20 Juni verzameld door een getuige in Cilicië.

"De deportatie begon ongeveer zes weken geleden met 180 gezinnen uit Zeitoen, sedert wanneer alle inwoners uit die plaats en de dorpen in den omtrek gedeporteerd zijn, evenals de meeste Christenen uit Albistan en vele uit Hadjin, Sis,

pagina 137

Kars Pazar, Hassan Beyli en Dört Yöl. Tot op heden beloopt het aantal der betrokkenen ongeveer 26.500. Hiervan zijn er ongeveer 5.000 gezonden naar het Konia-gebied, 5.500 zijn in Aleppo en omringende steden en dorpen, en de overigen zijn in Der-el-Zor, Rakka, en verschillende plaatsen in Mesopotamië, tot zelfs in de nabijheid van Bagdad. De uitzettingen gaan nog steeds door, en niemand kan zeggen tot hoe ver zij zullen worden voortgezet. De reeds uitgevaardigde bevelen zullen het aantal in deze streek opvoeren tot 32.000 en tot op heden zijn er nog geen verbannen uit Aintab, en zeer weinig uit Marash en Oerfa."* (R.A.C.)

Dit zijn de cijfers voor een betrekkelijk klein gedeelte van het geheele gebied, waaruit de deportaties plaats hebben; en zij hebben alleen betrekking op de eerste zes weken van eene handeling, welke sedert dien onafgebroken is doorgegaan en op het huidige oogenblik nog steeds wordt voortgezet.

En hier zijn latere statistieken ter bevestiging. Zij geven het aantal Armeniërs geedeporteerd uit zestien Cilicische steden en dorpen (een klein gedeelte slechts van het district,

* De Armeniërs uit Oerfa (namelijk die welke aan den regelrechten moord ontkwamen) zijn zooals wij weten later gedeporteerd. Zie bladzijde 89 hierboven.

pagina 138

dat begrepen was in het bovenvermeld overzicht van 20 Juni) die door een der concentratie middelpunten trokken tot en met 30 Juli 1915.

Het totaal der gezinnen was ... 2.165
Het totaal der personen was ... 13.255
Het totaal der personen, die nog verder werden gezonden, was ... 3.270

Dus 13.255 personen, uit 16 plaatsen alleen, passeerden één enkele halte, en wij hebben geen gegevens aangaande de overigen, die langs andere wegen naar de woestijn werden gedreven en daardoor aan de waarneming van dezen bepaalden getuige ontgingen. En dit zijn bij lange na niet de eindcijfers. De getuige voegt er zelf een naschrift aan toe, om te zeggen, dat, nadat zijne lijst was opgemaakt, nog weer 2.100 anderen zijn aangekomen, en, zooals wij reeds hebben vermeld, zijn de deportaties na dien steeds onafgebroken doorgegaan.

Deze cijfers kunnen aantoonen hoevelen den tocht begonnen, maar welk gedeelte ervan bereikten hun zoogenaamd bestemmingsoord? Te dien aanzien hebben wij eveneens eenige cijfers, uit een brief gedagteekend 16 Augustus

pagina 139

1915, en geschreven van uit het binnenland van Anatolië.

"In haast en in het geheim, gebruik makende van eene zich voordoende gelegenheid, haast ik mij U den angstkreet over te brengen, geslaakt door degenen, die de verschrikkelijke crisis, welke wij op dit oogenblik doormaken, overleefd hebben. Een onderzoek heeft bewezen, dat van duizend vertrokkenen nauwelijks 400 de plaats hebben bereikt van waar ik schrijf. Van de overige 600 zijn 380 mannen en knapen boven de 11 jaar, zoowel als 85 vrouwen vermoord of verdronken buiten de stadsmuren door de gendarmes, die hen geleidden; 120 jonge vrouwen en meisjes en 40 knapen zijn geroofd, zoodat men onder al die gedeporteerden geen enkel bekoorlijk gelaat ziet. Van de overlevenden zijn 60 percent ziek; binnen kort zullen zij naar een andere daartoe aangewezen plaats worden vervoerd, waar een zekere dood hen wacht; het is onmogelijk de wreedaardigheid te beschrijven, waaraan zij zijn blootgesteld geworden; hun tocht heeft nu van drie tot vijf maanden geduurd; zij zijn geplunderd twee-drie-vijf-zeven malen; zelfs hunne onderkleeren zijn doorzocht geworden en niet alleen wordt hun geen voedsel verstrekt doch hun wordt zelfs verboden te drinken, wanneer zij een stroomend water voorbij komen; drie vierden der jonge vrouwen en meisjes zijn geroofd; de overige zijn gedwongen geworden den nacht door te brengen met de gendarmes die hen geleiden. Honderden zijn ten gevolge dezer schanddaden gestorven, en de overlevenden vertellen van verfijnde wreedheden,

pagina 140

zóó weerzinwekkend, dat het onmogelijk is er het verhaal van aan te hooren."

Hier hebben wij dus weer de zelfde afschuwelijke misdaad in al hare bijzonderheden met eenige koude cijfers als toegift op de lijdens geeschiedenis! De schrijver merkt op, dat het "geen hyperbool is, te zeggen, dat in Armenië geen enkele Armeniër is overgebleven, en dat er weldra ook geen een meer in Cilicië zal zijn."

Allen zijn weggevoerd, en van hen zijn er 60 percent bezweken voordat zij hun einddoel hadden bereikt. Een ander stel cijfers bevestigt deze schatting volkomen. Wij weten, dat bijna 1.000 menschen gedeporteerd werden uit een zeker district aan de Kara-Soe, en hier is een overzicht van hunne "ervaringen."

"Uit één dorp vertrokken 212 personen, van wie 128 (60 percent) levend Aleppo bereikten. 56 mannen en 11 vrouwen werden onderweg gedood, 3 meisjes en 9 jongens werden verkocht of geroofd, en 5 menschen worden vermist."

"Uit de zelfde plaats werd een andere groep van 696 menschen gedeporteerd. 321 (46 percent) bereikten Aleppo, 206 mannen en 57 vrouwen werden onderweg gedood, 70 meisjes en jonge vrouwen en 19 knapen werden verkocht, 23 worden vermist."

"Uit een ander dorp werd een groep van 128 gedeporteerd, van wie 32 (25 percent) Aleppo

pagina 141

levend bereikten. 24 mannen en 12 vrouwen werden onderweg gedood. 29 meisjes en jonge vrouwen en 13 knapen werden verkocht, en 18 worden vermist."

Dit stuk is gedateerd 19 Juli 1915, en is onderteekend door het Hoofd eener Onderwijsinstelling, die een burger is van een neutralen staat, en alle gelegenheid heeft om de feiten te weten.

Zoo luiden de overeenstemmende schattingen van twee, van elkander onafhankelijke, getuigen; en ieder, die hun verhaal, of de andere verhalen, waaruit wij hierboven aanhalingen hebben gedaan, leest moet noodzakelijk zelf tot het besluit komen, dat het percentage der overlevenden buitengewoon laag geweest moet zijn. Wat dan ook in ieder afzonderlijk geval de juiste cijfers mogen wezen, zooveel is zeker dat niet meer dan een klein overschot Sultanieh of Der-el-Zor bereikte. De groote meerderheid kwam altijd onderweg om. Evenwel weten wij, op onaantastbaar gezag van een getuige in het R. A. C. dat de Duitsche Consul, te Aleppo – en deze zal zich zeker niet aan overdrijving schuldig hebben gemaakt – het aantal Armeniërs, dat aldaar is aangekomen, heeft

pagina 142

geschat op niet minder dan 30.000. Ongelukkigerwijze wordt ons de datum, waarop dit cijfer betrekking heeft, niet meegedeeld; maar zelfs indien het het eindcijfer was voor den laatsten dag, waaromtrent gegevens te verkrijgen zijn, zou het een vernietiging van menschenlevens bewijzen op een schaal, die zelfs een Duitsche Consul, gehard door de opgaven aangaande België, niet zou kunnen beschouwen als van weinig beteekenenden aard en omvang.

Doch, zelfs indien de statistieken nog overvloediger en welsprekender waren, zouden zij misschien nog te kort schieten om het werkelijk gebeurde levendig voor onze verbeelding te doen verrijzen. Een geheele natie uitgeroeid! Het is gemakkelijk deze woorden op onze lippen te nemen, maar moeilijker is het te realiseeren wat zij beteekenen, want het is iets, dat onze ondervinding geheel te boven gaat. Misschien brengt niets het op meer verpletterende wijze voor onzen geest, dan het verslag, dat wij bezitten van een kleine gemeenschap van fijngevoelige, welopgevoede, beschaafde Armenische menschen en het vreeselijk lot, dat hun allen persoonlijk ten deel viel. Zij behoorden tot eene onderwijsinstelling in een

pagina 143

zekere Anatolische stad, begiftigd en bestuurd door een genootschap van buitenlandsche zendelingen; en het volgend overzicht is rechtstreeks ontleend aan een brief, door den President van de Instelling geschreven, nadat de slag was gevallen.

"Ik zal trachten voor het oogenblik den indruk van groote persoonlijke smart uit mijnen geest te bannen, veroorzaakt door het verlies van honderden mijner vrienden hier, en eveneens mijn gevoel van algeheele verslagenheid wegens mijne onmacht, een einde te maken aan het verschrikkelijk treurspel of zelfs de wreedheid ervan eenigermate te verzachten, en zal mijzelf er toe dwingen U in het kort eenige van de naakte feiten te geven van de laatste maanden, in zoo ver zij betrekking hebben op de Instelling. Ik doe dit in de hoop, dat de kennis dezer concrete feiten U moge helpen om iets te doen voor het handjevol der onder ons staanden, dat ons hier nog is gebleven."

(1) Leerlingen: Ongeveer twee derden der vrouwelijke leerlingen en zes zevenden der mannelijke zijn weggevoerd naar dood, verbanning, of Muzelmansche huizen.

(2) Professoren: Vier weg, drie over, als volgt:

Professor A., had 35 dienstjaren hier. Professor in het Turksch en Geschiedenis. Vroegere moeilijkheden daargelaten, werd hij op 1 Mei zonder eenige beschuldiging gearresteerd; zijn hoofdhaar, snor

pagina 144

en baard werden uitgetrokken in vergeefsche pogingen hem tot bekentenissen te brengen te zijnen nadeele. Uitgehongerd, gedurende een etmaal aan de armen opgehangen, en verscheidene malen ernstig geslagen. Omstreeks 20 Juni naar Diyarbekir vervoerd en bij de algemeene slachting onderweg vermoord.

Professor B., had 33 dienstjaren hier, studeerde te Ann Arbor. Professor in de wiskunde, gearresteerd ongeveer 5 Juni, deelde Professor A.'s lot onderweg.

Professor C., gedwongen om aan te zien hoe een man bijna dood geslagen werd, werd krankzinnig . Vertrok ongeveer 5 Juli onder bewaking met zijne familie in verbanning en werd vermoord even voorbij de eerste groote stad op den weg. (Hoofd van de Voorbereidende Afdeeling, studeerde te Princeton.) Had 20 dienstjaren.

Professor D., had 16 dienstjaren hier, studeerde te Edinburg, Professor in de Zielkunde en de Moraal. Gearresteerd met Professor A., onderging dezelfde pijniging, drie vingernagels werden hem uitgetrokken, gedood in den zelfden algemeenen moord.

Professor E., had 25 dienstjaren hier, gearrresteerd 1 Mei, niet gepijnigd, maar ziek in de gevangenis. Werd gezonden naar het Hospitaal van de Roode Halve Maan, en na groote omkooppsommen betaald te hebben, is hij nu vrij te ——.

Professor F., had meer dan 15 dienstjaren hier, studeerde te Stuttgart en te Berlijn, Professor in de Muziek, ontkwam zoowel aan arrestatie

pagina 145

als aan pijniging, en tot nog toe ook aan verbanning en dood, omdat hij bij den Kaim-makam in de gunst stond wegens bewezen persoonlijke diensten.

Professor G., had ongeveer 15 dienstjaren hier, studeerde te Cornell en te Yale, Professor in de Biologie, gearresteerd ongeveer 5 Juni, op handen, lichaam en hoofd met een stok geslagen door den Kaim-makam zelf, die, toen hij van vermoeienis niet meer kon, allen, die godsdienst en natie liefhadden, opriep om het slaan voort te zetten; werd na een tijdperk van bewusteloosheid in een donker kamertje, naar het Hospitaal der Roode Halve Maan gebracht, met een gebroken vinger en ernstige kneuzingen. Nu vrij te ——.

(3) Onderwijzers.

Vier vermeld als onderweg gedood in verschillende algemeene moorden, wier gemiddeld aantal dienstjaren acht is. Van drie niets vernomen, waarschijnlijk onderweg gedood; gemidddeld aantal dienstjaren vier.

Twee ziek in het Zendings-Hospitaal.
Een in ——.
Een, als schrijnwerker arbeidend voor den Kaim-mmakam, vrij.
Een, eigenaar van het huis bewoond door den Kaim-makam, vrij.

pagina 146

(4) Onderwijzeressen.

Een vermeld als gedood in Tsjoenkoesh, had meer dan twintig dienstjaren.
Een vermeld als naar een Turkschen harem vervoerd.
Van drie niets vernomen.
Vier als bannelingen vertrokken.
Tien vrij.

"Ten aanzien van het Armenische volk in zijn geheel mogen wij schatten, dat drie vierden weg zijn, en deze drie vierden omvatten de voornaamste personen uit iederen rang of stand, kooplieden, beoefenaars der vrije beroepen, predikanten, bissschoppen en regeerings-ambtenaren."

"Ik heb genoeg gezegd. Ons hart bloedt van de tooneelen en verhalen van verschrikkelijke ellende en leed. Uitroeiing van het ras schijnt het doel te wezen, en de daartoe aangewende middelen zijn te boosaardig om plaatselijk verzonnen te zijn. De bevelen komen van hooger hand, en iedere opschorting moet uit dezelfde bron komen..."

Er waren onderwijsinstellingen als deze, met een bekwamen staf en druk bezocht, in al de grootere Anatolische steden. De atmosfeer binnen hare muren was in alle opzichten even verfijnd en beschaafd als die van onze scholen en onderwijsinstellingen in Westelijk Europa.

pagina 147

Hun humaniseerende invloed werkte hoogst weldadig op het Ottomaansche Rijk. En die invloed is stelselmatig uitgeroeid en ruw te niet gedaan door de verspreiding en den moord van leerlingen en professoren zonder eenig onderscheid.

De bloem der natie is omgekomen tegelijk met de ontelbare massa meer onaanzienlijke slachtoffers; en de leiders der Armenische Kerk hebben de bijzondere kwaadaardigheid van den vervolger uitgelokt, door hunne moedige pogingen ten behoeve hunner gemeenten. Op 22 September nam het, te Marseilles verschijnend, blad "Armenia" uit de "Hayasdan" van Sofia de volgende, tot op dien datum bijgehouden, lijst over der slachtoffers uit den geestelijken stand:

De metropolitaan van Diyarbekir, Tsjilghadian – levend verbrand.
De bisschop van Ismid, Hovagimian – gevangen gezet.
Het hoofd van het seminarie te Armacha –gevangen gezet.*
De metropolitanen van Broessa en Kaisariyeh – in arrest.

* De brief aan den Armenischen geestelijke op neutraal gebied vermeldt dat hij met zijne geestelijken en seminaristen gedeporteerd is geworden.

pagina 148

De metropolitaan van Sivas, Kalemkiarian – vermoord.
De metropolitaan van Tokat, Kasbarian – gevangen gezet.
De metropolitaan van Shabin-Karahissar, Torikian – opgehangen.
De metropolitaan van Samsoen, Hamazasb – gevangen gezet.
De metropolitaan van Trebizonde, Toerian – in arrest.*
De metropolitaan van Kemakh, Hoemayak – gevangen gezet.
De metropolitaan van Kharpoet, Khorenian – vermoord.†
De metropolitaan van Tsjar-Sandsjak, Nalbandian – opgehangen.
De metropolitanen van Aleppo en Bitlis – gevangen gezet.
De metropolitaan van Erzeroem, Bisschop Saadetian – vermoord.

"Uit een andere bron," zegt de "Armenia," vernemen wij, dat de metropolitaan van Baiboert, de Archimandriet Anania Hazarabedian, opge-

* Als vermeld door de "Gotchnag" op 4 September.
† Bevestigd door den brief aan den Armenischen geestelijke op neutraal gebied.

pagina 149

hangen is te zamen met acht Armenische notabelen."*

Het is een verbazingwekkende lijst, maar die toch in volkomen overeenstemming is met het programma der Ottomaansche Regeering. De Armenische Kerk is het bolwerk geweest van het Armenische ras, en dat ras is tot uitroeiing verwezen. Talaat Bey meende wat hij zeide, en de Jong-Turken hebben een sardonischen toets van volledigheid aan hun werk gegeven door het vermoorden der twee Armenische Vertegenwoordigers in hun zoo veel aangeprezen "Ottomaansch Parlement." De brief aan den Armenischen geestelijke op neutraal gebied deelt ons mede dat "de Heeren Zohrab en Vartkes, de Armenische afgevaardigden, die naar Diyarbekir waren gezonden om daar voor den Krijgsraad te recht te staan, onlangs bij Aleppo werden gedood, alvorens hunne bestemmming te hebben bereikt." Als Abdul-Hamid dit hoorde, zou een glimlach weer om zijn lippen spelen.

* Bevestigd door den brief aan den Armenischen geestelijke.

pagina 150

Colofon